De (niet-) coöperatieve lezer ~ over de innerlijke criticus

Vroeger dachten we erg op elkaar te lijken, maar eigenlijk zijn R., en ik heel verschillend. Allereerst in lengte, dat is – vanzelfsprekend –  altijd al zo geweest. Hij is ruim 10 cm langer waardoor ik in bepaalde situaties moet waken niet in een Louis de Funes-achtige rol te vervallen. Kleine man die zich overschreeuwt om ook gehoord of gezien te worden. Komen we samen een restaurant binnen of staan we bij een balie van een hotel, als vanzelf gaat de blik naar de langste persoon. Alsof alleen mensen met lengte fatsoenlijk kunnen antwoorden op de vraag onder welke naam tafel of hotelkamer is geboekt of of alles naar wens is.  

Nog groter is ons verschil als het gaat om de waardering van ons eigen werk. Hij kent de artikelen en columns die hij schrijft nagenoeg uit zijn hoofd. Uit zijn Een sprinter is een stoptrein zonder wc citeert hij met gemak hele alinea’s; ik word nog wel eens verrast door een eigen vondst in een oud verhaal dat ik heb geschreven. Ik heb geen geheugen voor eigen werk. Lees verder op Tzum.

Dit bericht werd geplaatst in Nul meter afstand, Tzum en getagd met , , , . Maak de permalink favoriet.