In augustus en september doe ik mee aan TPK, Tekst, Poëzie, Kunst, georganiseerd door Saeckenborgh Expo, een kunstbroedplaats in Almere. Ik schreef speelse, poëtische teksten bij de foto’s van Henk Veldhuizen (niet Hans Veldhuizen) van mannen en jongens op hakken en in (trouw)jurken. Acht teksten bij acht foto’s. Ze zijn onderdeel van ons project LEF!. Je kunt ons werk elk weekend zien in Almere tot en met 30 september. Van harte uitgenodigd. Zie ook de website. Wil je alvast een sneak preview? Bekijk de online catalogus. Zie voor meer werk van Henk Veldhuizen, zijn website.
In het auditorium van H’ART museum vond op zaterdag 25 juli de feestelijke presentatie plaats van Vrijplaats. Vijfenveertig jaar Genootschap voor Tegennatuurlijke Letteren onder redactie van Th. van Os, Eric de Rooij en Jos Versteegen. De bundel is verschenen bij de Groningse uitgeverij Palmslag. Ik reikte namens de redactie, auteurs en de leden van het Genootschap het eerste exemplaar uit aan Gerbrand Bakker. Met zoen.
Aan de bundel werkten mee: Ronny Boogaart, Wilfred van Buuren, Gerard van Emmerik, Marita Keilson-Lauritz, Maurice van Lieshout, Wim Lunsing, Olivier Mertens, Th. van Os, Eddy Postma, Eric de Rooij, Judith Schuyf, Hans P. Soetaert, Jan Willem Tellegen, Jos Versteegen en Lode Wigersma.
Op deze middag: Maurice van Lieshout hield een fijne presentatie over de geschiedenis van het Genootschap. Verder waren er optreden van Wilfred van Buuren, Th. van Os, Jos Versteegen, Jan Willem Tellegen, Lode Wigersma en Oliver Mertens.
Extra felicitaties waren er voor genootschapslid Gerard van Emmerik, die ’s ochtends in het radioprogramma De Taalstaat, de BruutTAAL Regenboogboek van het jaar 2026 won voor Jij blijft.
Vrijplaats is verkrijgbaar of te bestellen bij iedere boekhandel of direct bij de uitgeverij.
Deze bijeenkomst vond plaats in het kader van World Pride en was onderdeel van het feestelijke programma van de Shakespeare Club in H’ART museum.
Na afloop met Ronny Boogaart, op weg weer naar huis. Alle foto’s zijn van hem.
Op de boot naar Schiermonnikoog zit ik naast een vrouw in een Teamsvergadering. Oortjes in, vier ernstige gezichten op schoot. Haar eigen camera staat op zwart. Met haar linkerhand zet ze op en af een verrekijker tegen haar ogen om de rode en witte vuurtoren die ik van ver zie, dichterbij te halen. Pas als we aanmeren verontschuldigt ze zich bij haar Teamsgenoten voor haar afwezige aanwezigheid.
Ik had toen we die ochtend uit Amsterdam vertrokken juist besloten om het multitasken achter me te laten. Niet om de haverklap die telefoon erbij pakken voor een berichtje zus lezen, een appje zo beantwoorden. Me concentreren op een ding. Of mijn omgeving. Of een boek. Ik was geïnspireerd geraakt door Byung-Chul Han en had in de afgelopen weken enkele van zijn kleine boekjes gelezen. In De Groene Amsterdammer van vorig jaar bekritiseerde hij de huidige samenleving, die hij narcistisch noemt, en pleitte hij voor meer luiheid. Hij constateerde een verval van de aandacht, ook door social media, met grote gevolgen voor sociale relaties.
In zijn boekje over Simone Weil: ‘Zowel de empathie als het respect berusten op de aandacht voor de ander. Als de aandacht voor de ander afneemt, verruwt de samenleving.’
Zijn pleidooi verontrust me. Er is dat fijne gevoel van herkenning. Hoe aandachtiger ik ben hoe meer ik mezelf vergeet hoe gelukkiger. Maar ik voel ook ongemak, doordat ik bij mezelf verval van concentratie ervaar. Dit jaar heb ik nog geen negentiende-eeuwse Rus gelezen – geen tijd, lees: teveel tijd kwijt aan scrollen, filmpjes en meningen. Dan het schrijven. Schrijven is toch een hoogmis voor concentratie. Het is pijnlijk te merken hoe gemakkelijk mijn aandacht telkens afdwaalt. Daarom neem ik me voor om tijdens ons korte verblijf op Schiermonnikoog het anders te doen. Minder telefoon. Schriftje mee. Meer in het moment. Dan helpt het dat het eiland zo vreedzaam is. Voordeuren staan open, weinig verkeer. Bij het huren van een fiets hoef je geen paspoort te laten zien. R. en ik volgen de roep van de ganzen en zoeken duinen en strand op. Ondertussen verheug ik me op het avondeten bij Van der Werff, op de aardappeltjes in de schil en in roomboter gebakken die ik een vorige keer zo heerlijk vond. Lees verder op Tzum.
Bij WBooks verscheen onlangs Queer Amsterdam – Atlas van de Roze Stad. Veel auteurs hebben aan deze atlas meegewerkt, ook ik heb een bijdrage geleverd.
Het boek hoort bij de grote gelijknamige tentoonstelling die tot april 2027 te zien is in De Nieuwe Kerk in het centrum van Amsterdam.
Uit de aanbiedingstekst: Amsterdam zou Amsterdam niet zijn zonder de queerscene. Van nachtleven tot activisme, van queervrijplaatsen tot podia voor tegencultuur; de stad is wat zij is door generaties lhbtiqa+’ers. Van Bet van Beeren en André van Duin tot Dolly Bellefleur en Willem Arondéus: dit boek laat zien hoe groot en kleurrijk die geschiedenis is, alsook hoeveel daarvan al verloren is gegaan. De redactie was in handen van Wilfred van Buuren en Paul Mosterd.
Al een paar mensen vroegen mij, wie is deze geheimzinnige deeltijdschrijver? Hier de column over mijn ontmoeting met hem.
Op de terugweg van café De Jaren naar Centraal Station vroeg hij of ik ook naaktfoto’s van mezelf had. Voor ik daarop een goed antwoord kon geven, pakte hij zijn eigen telefoon tevoorschijn en scrolde door zijn fotogalerij. Ik keek discreet weg, naar de ligplaats van de rondvaartboten. Niet dat hij zulke foto’s van zichzelf aan mij wilde laten zien, want, voor de goede orde, dat paste niet in de sfeer van ons gesprek en het ging hem om iets anders. Hier. Een foto van twee decennia geleden. Met kleren aan. Hoe je blik op je eigen lichaam verandert: ‘Ik zag er best aantrekkelijk uit, toen,’ zegt hij. En ik kijk met hem mee naar een vrolijk lachende jongeman van rond de dertig, hand op zijn schedel om het dunner wordende haar wat te camoufleren. Inderdaad, aantrekkelijk met jeugdige lach. ‘En dat je dat op dat moment niet ziet, kúnt zien. Het ook niet zo ervaart.’ Lees verder op Tzum.
Deze zomer, om precies te zijn op zaterdag 25 juli, verschijnt Vrijplaats. Vijfenveertig jaar genootschap voor Tegennatuurlijke Letteren, onder redactie van Th. van Os, Eric de Rooij en Jos Versteegen.
Van de achterflap: Het Genootschap voor Tegennatuurlijke Letteren viert zijn 45-jarig bestaan met de uitgave van de bundel Vrijplaats. Een uitzonderlijke gebeurtenis, want deze ‘geheime club’ treedt hiermee voor het eerst naar buiten met een publicatie in boekvorm. Vrijplaats bevat artikelen, verhalen, gedichten en belevenissen van Genootschapsleden, telkens vanuit een LHBTIQ+-perspectief. Er wordt gedoken in een rijke geschiedenis. Vrijplaats is een bundel met teksten van vijftien leden van het Genootschap voor Tegennatuurlijke Letteren, in leeftijd variërend van 48 tot 91 jaar.
Aan Vrijplaats werkten mee: Ronny Boogaart, Wilfred van Buuren, Gerard van Emmerik, Marita Keilson-Lauritz, Maurice van Lieshout, Wim Lunsing, Olivier Mertens, Th. van Os, Eddy Postma, Eric de Rooij, Judith Schuyf, Hans P. Soetaert, Jan Willem Tellegen, Jos Versteegen en Lode Wigersma.
‘De trein voor ons heeft iets geraakt,’ roept de conducteur om bij station Weesp. Voorlopig kunnen we niet verder totdat duidelijk is wat dat ‘iets’ is. Of wie? Een onbevoegd persoon? Niet ondenkbaar op dit traject. Vaak genoeg ging mijn vader met de ambulance naar het spoor tussen Hilversum en Naarden-Bussum. Er was een tijd dat losgerukte ledematen en onthoofde rompen in de ambulance meegingen. Hij vertelde er weleens over onder het avondeten, sporadisch. Denk ik aan al die mensen die op dit forensenspoor voor een eigen einde kozen, omdat ik de weduwe van een psychiater ga opzoeken? Niet zomaar een psychiater, sterker: niet zomaar een weduwe. Psychiater Hans Keilson (1909-2011) was honderd jaar toen hij internationale erkenning kreeg voor zijn literaire werk. Een lovende recensie in The New York Times was het startschot, een charmant optreden in De Wereld Draait Door deed de rest. Met aan zijn zijde Marita Keilson-Lauritz, literatuurwetenschapper, ook met een internationale staat van dienst als het gaat over literatuur en homoseksualiteit. Ze werd in 2018 geëerd met een vriendenboek: Unter Männern. Freundschaftsgabe für Marita Keilson–Lauritz, dat verscheen naar aanleiding van haar tachtigste verjaardag. Lees verder op Tzum.
*Deze ontmoeting is een voorpublicatie uit de bundel Vrijplaats. Vijfenveertig jaar Genootschap voor Tegennatuurlijke Letteren (onder redactie van Th. van Os, Eric de Rooij en Jos Versteegen), uitgegeven door uitgeverij Palmslag en die op 25 juli tijdens Pride wordt gepresenteerd in H’ART Museum, Amsterdam.
Op de noodwebsite Neerlandistiek op zolder schrijft Alex Reuneker over Uit tallozen, jij. Een leven lezen. “Ogenschijnlijk moeiteloos en in een persoonlijke stijl rijgt De Rooij de uiteenlopende boeken aaneen die hem vormden — van Suske en Wiske tot Couperus en van Snuf de hond tot Louis-Ferdinand Céline.” En: “Ook Eric de Rooijs leven en boekenkast verschillen van die van mij, maar het mooie van zijn boek is nu juist dat je mag deelnemen aan zijn gedachten- en gevoelenswereld, zonder dat er sprake is van een vergelijking of oordeel. De Rooij zegt het mooi in het afsluitende hoofdstuk van Uit tallozen, jij (2025): ‘Je hoeft niet begrepen te worden, je mag jezelf zijn, wetend dat dat heel ingewikkeld is. Maar je weet ook, er is telkens weer een boek dat je inzicht en uitzicht verruimt.’
Elk kwartaal een nieuw gedicht in Tijdschrift Geestelijke Verzorging, inmiddels ruim vijf jaar. Een vertrouwd ritme. Telkens kleiine levensthema’s, gebaseerd op gesprek, observatie en ontmoeting. Hieronder de meest recente publicatie in nummer 122: Moeder, dochter
We ontmoetten elkaar voor het eerst op een januari-avond in Veenendaal en nu drie maanden later sta ik vrijdagsmiddags, een half uur te vroeg, in haar woonkamer, naast het oude bureau van haar moeder, met uitzicht op gracht en metrostation Nieuwmarkt. De tafel is gedekt. Uit de open keuken de geur van tomatensoep. Ik kijk naar alle kunstwerken aan de muur, de fraaie hoeden die er hangen en die vast ook een verhaal hebben, en vertel ondertussen over de ongelukkige val van R., tijdens onze vakantie op Gran Canaria. Schouder uit de kom. Met de ambulance naar Hospitales San Roque, stapvoets, vanwege de pijn en de vele hossende carnavalsgangers op straat. Ook Gerry van der Linden (1952), dichter, schrijver en beeldend kunstenaar, maakte eens een behoorlijke val. Bij het achteruit rolschaatsen op een landweg in de Bourgogne. ‘Ik was toen ook al in de vijftig,’ vertelt ze. Ze laat me haar pols zien die de val opving, sindsdien dikker dan haar andere pols. Ik zag eenzelfde overmoedigheid bij R., alsof hij, toen hij de blauwe mat over het zwembadwater probeerde uit te rollen, zichzelf nog ervaarde als twintiger, gezond, soepel en atletisch, terwijl ik al bij zijn eerste stappen op het water zag dat het mis zou gaan. Ook ik vergeet zo vaak mijn leeftijd als ik weer eens mijn sportschoenen aantrek.
Hoe kon het dat ik zo lang niets van Gerry had gelezen, dat ze voor mij zo lang onder de radar bleef? Lees verder op Tzum.