Het restaurant had slechte recensies geoogst. Eend te droog, serveerster te lomp, boontjes uit blik. Via Google kon niet gereserveerd worden.
Die avond was ik de eerste klant. Een magere vrouw van mijn leeftijd verwelkomde me vriendelijk. Een beetje stug misschien, maar zeker niet lomp. Nog voor ik mijn jas over de leuning van mijn stoel had geschoven, stond er een spa rood voor me op tafel en lag er een menukaart naast. Tien minuten later, maar ook ruim voor het afgesproken tijdstip, schrijver Gerard van Emmerik, bezweet: ‘Ik heb het in acht minuten gefietst.’ Ik ken zijn voorliefde voor fietsen. Lange afstanden. Het liefst diep in de nacht, over de stilste wegen. Oordopjes in. Werkelijk alleen zijn.
We hadden hier afgesproken omdat ik zijn boekpresentatie in Haarlem had gemist. Ondertussen was hij ook nog zeventig geworden. In de afgelopen tien jaar was het stil geweest rondom zijn schrijverschap. Hij verzorgde zijn lessen aan de Schrijversvakschool en schreef in de spaarzame vrije uren aan zijn nieuwe roman, Jij blijft. Een zeer persoonlijk boek. Ook een reden dat het moeizaam vorderde. Jij blijft is een roman over de dood, over geheimen, een terugblik op een leven, maar bovenal een liefdesroman. Over twee mannen die een heel leven bij elkaar zijn, niet zonder elkaar kunnen, maar ook moeite hebben om de dingen met elkaar te bespreken die werkelijk van belang zijn. Fictie met een autobiografische rand. Een boek om langzaam te lezen, omdat er zoveel tussen de regels gebeurt. Lees de volledige column op Tzum.
